Enkele weken na de stage bedankte Sam's moeder Hachiko, omdat haar zoon weer was, wie en hoe hij ooit geweest was: uitbundig, levenslustig. Toen hij zich als kind plots realiseerde dat hij niet was als de anderen, is hij toegeklapt. Helemaal in zichzelf gekeerd zei hij amper enkele woorden, als ik hem die eerste keer ontmoette. Hij ging nooit alleen buiten en bleef ook nooit alleen thuis. Ook niet voor enkele minuten. Hij was bang. Van alles.
Twee dagen na de stage was Sam verdwenen. Na twee uur kwam hij lachend terug thuis, bij zijn ongeruste ouders: Sam was gaan wandelen! Met zijn Bieke. Hij had haar voorgesteld aan de buurt.
Enkele dagen later heeft hij in een verlaten aardewegje vastgezeten met zijn rolstoel. Een wegeltje waar vader hem nooit dierf meenemen, want het was misschien wel té hobbelig, drassig en gevaarlijk. Dat was het ook. Hij is rustig gebleven, heeft even nagedacht... zich een beetje later zakken en ondanks, of misschien zelfs dankzij, enkele spastische voetstoten heeft hij zichzelf uit zijn netelige positie kunnen bevrijden. En mocht dit niet gelukt zijn, "dan had ik Bieke wel naar huis gestuurd om hulp."
Als ik dit verhaal vertel in zijn bijzijn, onderbreekt hij mij steevast om het zelf kleuriger te vertellen. En moet ik hem meestal vragen om nu efkens te stoppen, want we hebben nog ander werk. Hij praat zo graag.
Op school is hij belangrijk want híj geeft de commando's als zijn Bieke ook zijn klasgenoten helpt om bv. iets op te rapen.