Getuigenis: Fjona en Christel

MET DE HOND IN DE KLAS

"ALS IK EEN SLECHTE DAG HEB, LEGT FJONA (3) WEL TIEN KEER HAAR KOP IN MIJN SCHOOT", ZEGT CHRISTEL (18). "DE PEN DIE VAN MIJN SCHOOLBANK VALT, RAAPT ZIJ OP. ZELFS AL ZIJN WE ALLEBEI ONGEHOORD KOPPIG, TOCH KLIKT HET. FJONA EN IK ZIJN DAG EN NACHT BIJ ELKAAR. OOK IN DE KLAS, JA."

"Je loopt niet zomaar even een winkel binnen als je een hulphond wil", zegt Christel (18). Ik heb moeten bewijzen dat ik het waard was. Het examen over de anatomie en de psychologie van de hond was niet van de poes. Fjona en ik hebben elkaar leren kennen tijdens een vierdaagse. Het was liefde op het eerste gezicht. We waren daar met vijf kandidaten en zeven opgeleide honden. De medewerkers van het opleidingscentrum keken de hele tijd naar onze reacties en die van de honden. Fjona kwispelde het meest bij mij.

52 COMMANDO'S

Fjona heeft haar eerste anderhalf jaar in een gastgezin gewoond. Daar leerde ze de basiscommando's en uiteraard zindelijkheid. Om de twee weken ging Fjona op training. Nadien volgde een half jaar cursus in een opleidingscentrum. Fjona kent nu 52 commando's. Daar zitten heel simpele bevelen bij zoals liggen en zitten. Maar ze kan meer: een deur openen, een muntstuk oprapen, hulp halen, m'n rolstoel over de stoeprand duwen. In een smalle gang stapt ze achteruit om oogcontact met mij te houden. Tussen de winkelrekken kan ik haar vragen niet te kwispelen. Een omver donderende stapel conservenblikken kan ik missen. (lacht) Gangetje aan de kassa te smal? Fjona betaalt voor mij.

BAAS VAN HET ROEDEL

Fjona geeft me een veilig gevoel. Dankzij haar ben ik nooit alleen en ben ik minder afhankelijk van anderen. In nood zal zij mij kunnen redden. Ik let wel nog altijd op scharnieren en deurknoppen als ik een kamer binnenkom. Een deur die niet naar buiten opendraait en geen deurknop heeft met een lint aan, kan Fjona niet openen. Mijn hond maakt een eerste contact met anderen eenvoudiger. Mensen kijken niet onmiddellijk naar mijn rolstoel. Dat maakt mij minder verlegen. Ik ben nu zekerder van mezelf. Voor Fjona ben ik de leider, de baas van het roedel. Dat moeten ook mijn ouders bewaken. Ik moet als eerste eten krijgen en ik zal altijd eerst door een deuropening gaan. Ik sta voor Fjona bovenaan. Om goed met honden om te gaan, moet je er genoeg vanaf weten. Zo'n kleine keffertjes die hun baasjes vooruit sleuren en de beste plaats opeisen in de zetel zijn geen gelukkige honden.

VERLIEFD, VERLOOFD, GETROUWD

Fjona en ik zijn één. Zij vervangt meer dan mijn benen die niet vooruit willen. Als ik verjaar, krijgt ze van mijn klasgenoten ook een kaartje of cadeautje. We zijn allebei jaloers en koppig. Als één van ons te veel aandacht krijgt, voelt de andere zich ongemakkelijk. De proefperiode was een soort verloving. Fjona en ik konden aan elkaar wennen. Nu zijn we getrouwd en onafscheidelijk verbonden. Fjona legt haar kop in mijn schoot, nog vóór ik haar zeg dat ik pijn heb. En ik merk het ook snel als Fjona zich een dagje minder voelt. Ze krijgt elke dag tijd om gewoon hond te zijn. Zodra ik haar gele schouderband uitdoe, mag ze blaffen, dartelen en tegen tuinkabouters grommen. Fjona kwispelt als ze nadien weer mijn partner moet zijn. Zij is blij als ze iets voor mij kan doen.

VLOEK

De eerste schooldag met Fjona gaf nogal wat toestanden. Iedereen wilde dat zien. Fjona kreeg massa's knuffels. Nu zit ik in het vijfde jaar mensweten- schappen en is iedereen eraan gewend. Hoewel: soms vergeet een leerkracht dat er een hond tussen de banken ligt. Die schrikt dan wel van het gehijg in de klas. Ik doe alles mee met mijn klasgenoten, behalve de lessen L.O. Ik heb al genoeg breuken opgelopen: 150 grote en bijna 300 kleine. Dat is echt niet leuk. 's Avonds vloek ik wel eens en moet ik wenen. Vooral door de pijn in mijn beenderen besef ik dat ik ziek ben. Je verwerkt het niet op een, twee, drie dat je gehandicapt bent. Ik ben al aardig op weg. Eigenlijk is iedereen een beetje gehandicapt en heeft iedereen ergens pijn. Zit de pijn niet in je lichaam, dan zit hij in je hoofd. Aan mij zie je het duidelijk: een meisje in een rolstoel. Ik heb meer lichamelijke nadelen dan anderen, maar ik weet dat ik het op mijn beurt beter heb dan iemand zonder hulphond. Ik ben altijd met twee blij of droevig, dat scheelt een pak. Later zal ik dankzij Fjona op kot kunnen gaan. Ik ga psychologie studeren. Van honden weet ik nu veel af. Met de psychologiestudie komen de mensen aan de beurt.

(uit "Klasse" - 6 februari 2001)


Getuigenis