Gent, 01-12-2000, om 4u. in de vroege morgen.
Ja, ja, ik weet het, het eerste wat jullie allemaal zeggen: ik moet iets doen aan mijn lijn. 'k Heb jullie wel horen fluisteren zunne, in 't hulphondencafé. Ik zal dat ne keer expliceren: aan 't eten ligt het niet, een half potje per dag, zeg nu zelf. De yoghurtpotjes lik ik uit, als er nog wat in zit tenminste, dus dat is de reden ook niet. Ik heb hier gewoon een goed leven mannen, 'k slaap op de kamer van mijn vrouwtje, ja zo heet ze, en ik ben hare grote flinke vent (borst vooruit, kop omhoog). En we slapen veel! En iets heel intiems, 't blijft onder ons hé, maar 's morgens en 's avonds vrijen wij een uurtje. Heerlijk, ik kronkel van de deugd, ge weet wel, hé?
Maar die kamer, daar is toch iets ambetant aan. Ik zie mijn vrouwke daar altijd twee keer. Ze heeft zo'n nen spiegelmuur en als ik apporteer sta ik meestal (sorry voor 't woord) konte-verkeerd.
In 't begin zag ik hier ander schoon volk: een jong blond ding. Als mijn vrouwke sliep, sloop in soms zachtjes haar kamer in, en leute dat we hadden. Maar lappe, 't is gedaan, dat jong ding heeft nu twee poezen en ze ziet mij niet meer staan. Soms is dat katteneten wel best te smullen, sst!
Mijn vrouwke heeft dikwijls veel pijn. Ze neemt dan van die mensenbrokjes en valt in slaap. Maar dat helpt niet veel, 's nachts ligt ze soms te wenen. Als goeie vent stap ik dan maar uit mijn mand en geef haar een duwtje met mijne natte neus of lik haar handen. Meestal mag ik dan bij haar liggen en babbelt ze tegen mij, zegt hoe lief ik ben en hoeveel pijn ze heeft. Ik doe dat wel graag zunne, maar ze ligt dan zo te draaien en te keren dat ik na enkele minuten toch maar salu zeg. Er zijn grenzen hé mensen, en zo'n eenpersoonsbed dat omhoog en omlaag gaat, is nu ook niet direct mijne smaak. Ik blijf liever met mijn vier poten op de grond, ge moet realistisch zijn, is het niet?
Door die pijn van mijn vrouwke, is het soms moeilijk lange wandelingen te maken, maar 'k heb hier ook mijn beloop, hoor. En af en toe gaan we naar 't park, de bibliotheek en de winkels.
Dan drinkt mijn vrouwke een tasje koffie en ik een kommetje water. Ik word daar gestreeld mannen, mijn vrouwke moet dan iedere keer uitleg geven en dan moet ik zitten, bonjourkes geven, maar ik heb ondertussen lekker veel knuffels!
Als mijn vrouwke te ziek is, is er hier nog ne man in huis die dan met mij naar buiten gaat en die kan stappen zeg. Maar geen woord zegt dienen vent tegen mij, alleen reclameren. Maar 'k zeg voor mijn part: foert man, 'k ben toch lekker buiten, en straks kruip ik dicht bij 't vrouwke. Mmm, heerlijk.
Zo vrienden, dat is hier zo ongeveer mijn leven, plus mijnen arbeid natuurlijk hé, deuren open doen voor 't vrouwke, apporteren, allee, het hele circuit. Ja, ik ben nen gentleman hé, en als ge iemand graag ziet, dan doet ge daar toch alles voor hé. Wel & zo is dat tussen 't vrouwke en mij.
Gentle