In december 1994, haalde ik een gastarbeider in huis. Een zwarte. Maar zelfs na mijn verhuis naar de Antwerpse regio - na 13 juni '99 eens te meer een bastion van het Blok - heb ik daar nog geen moment spijt van gehad. Integendeel. Het gaat immers om Honor, een zwart Labradorteefje dat nog in Frankrijk tot hulphond werd opgeleid. Hoe ingrijpend haar komst voor het verdere verloop van mijn leven is geweest, blijkt alleen al uit het feit dat ik mijn herinneringen sindsdien opdeel in het "pré-Honortijdperk" en alles wat daarna is gebeurd...
Aanvankelijk vreesde ik dat een hulphond een rem zou zijn op mijn plannen om het ouderlijk huis te verlaten (vraag Coudy maar eens naar zijn ervaringen!), maar uiteindelijk maakt zij het alleen maar makkelijker. Dat begint eigenlijk al van zodra ik 's ochtends mijn ogen opentrek. Ik ben nooit een ochtendmens geweest en dat zal Knorrie wellicht ook niet van me maken, maar het kost me meestal toch minder moeite om uit bed te komen sinds zij naast mijn rolstoel aan bed staat te kwispelen, ongeduldig wachtend op een eerste knuffelsessie. En zelfs die mag niet té lang duren: er moet immers nog gegeten, geborsteld, gewandeld, gespeeld,& worden! U begrijpt het al: het houden van een hulphond is een fulltime job. Tijd om zielig in een hoekje te kruipen, is er dus nauwelijks.
Hilde, de vriendin met wie ik al zowat anderhalf jaar samenwoon, beweert dat ze dankzij Honor met een geruster hart uit werken gaat. Knorrie kan immers heel wat "klusjes" aan waarvoor ik vroeger een beroep op derden moest doen: de duizend-en-één dingen oprapen, bijvoorbeeld, die ik als handige Harry in de loop van de dag laat vallen. Of de draagbare telefoon aanreiken, waarmee ik als het echt misloopt de "hulptroepen" uit de buurt kan mobiliseren. En als die niet over een huissleutel beschikken, kan Knorrebeest (na het afgesproken belsignaal en op commando) voor hen zelfs de voordeur openen.
In deuren openen, is Knorrie wel bijzonder sterk, zowel letterlijk als figuurlijk. Geen meelijwekkende of ontwijkende blikken meer wanneer we samen de straat opgaan, maar veeleer vertedering en zelfs bewondering als voorbijgangers toekijken hoe Honor, de staart fier kwispelend in de hoogte, de boodschappen naar huis draagt. En dan voel ik mezelf een beetje groeien, net als zij geniet ik immers wel van dat soort belangstelling. Voor de kinderen uit de buurt ben ik dan ook niet zozeer die "gehandicapte mevrouw uit nummer 31", maar wél het baasje van Honor. Zo vind ik het helemaal niet erg om hen voor de 789ste keer uit te leggen waar Honor vandaan komt en wat ze allemaal kan. Liever dat, dan nog maar eens toelichting te moeten geven bij het hoe en waarom van mijn rolstoel.
Dat is trouwens ook een van de belangrijkste redenen waarom ik er een punt van maak Honor altijd en overal mee uit te nemen op restaurant of naar de film. Op dat moment vervult ze inderdaad niet meteen een praktische functie (vaak ligt ze tijdens voorstellingen gezellig aan mijn voeten te ronken), maar mensen kijken wél met andere ogen naar me. Waarom zou ik haar dan moeten "straffen" door haar aan de ingang of in de auto achter te laten? In haar gezelschap voel ik me immers een stukje minder gehandicapt.
Knorrie lijkt ook over een soort ingebouwde tachograaf te beschikken, waarop ze ongevraagd het aantal uren registreert die ik voor de computer doorbreng. En als het volgens haar de spuigaten uitloopt, laat ze dat van op haar matje onder het bureau duidelijk merken. Dan is het tijd voor (alweer!) een knuffelsessie of een wandelingetje. Tijdens die wandelingen, krijgt Honor geregeld aanvallen van selectieve doofheid, vooral wanneer ze een konijn op het spoor komt. Dan valt vrijwel elke "viens" of "kom hier" in dovemansoren en zit er niet veel anders op dan te wachten tot wanneer ze haar graafwerken staakt (waarom Fransen en Britten zoveel geld investeerden in een tunnel onder het Kanaal, is mij bij het zien van het resultaat nog steeds een raadsel!) en mij met de tong op haar poten zélf terug komt zoeken. Intussen heeft ze er natuurlijk wél voor gezorgd dat mijn stembanden soepel blijven en mijn longinhoud op peil blijft...
Ondanks haar Franse stamboom, is Honor uiteindelijk ook diegene die mij met handen en voeten, met hart en ziel aan de Vlaamse vzw HACHIKO bindt. In tegenstelling tot scouting, studies, job, duikclub, & is HACHIKO het eerste engagement dat ik niet ondanks, maar net omwille van mijn handicap realiseer. Niet alleen de vele viervoeters daar, maar ook de hele bende enthousiaste vrijwilligers gunnen mij het recht en de ruimte om gehandicapt te zijn en tegelijk soms een heel klein beetje boven mijn eigen mogelijkheden uit te groeien. Samen met hen, hoop ik dan ook dat we nog héééél lang kunnen doorgaan. Eigenbelang, zegt u? Ja, hoor! Binnenkort wordt Knorrie immers zeven jaar, en straks wil ik voor haar een waardige opvolgster... van HACHIKO, natuurlijk!
Miche
Getuigenis