Christine is compostmeester in Waregem en is een specialist in de fruitteelt. Ze is een echt buitenmens. Je kent ze wel: met een beetje verweerde handen, blozende kaken, en nooit kou.
En met wat littekens, want zij heeft epilepsie. Verkeerd vallen: hier een schram, daar een snee en ginder dan weer een buil. Na een aanval, waarbij ze volledig bewusteloos is, blijft ze slapen. Uren lang. Tenzij iemand ze wakker maakt. Buiten vallen in de winter: tot longontstekingen toe. Kleren vastgevroren aan de grond. In het ziekenhuis behandelen ze ook onderkoeling. Emotionele littekens ook. Want ze valt soms op het verkeerde moment. Tussen mensen die absoluut geen begrip hebben.
Wanneer ze wakker raakt neemt ze vaak onmiddellijk extra medicatie om een tweede aanval, die soms direct volgt, tegen te gaan. Dat lukt meestal … als ze tijdig die medicatie heeft. De schrik om te vallen midden op straat is zo groot dat ze sinds de 27 jaar van de epilepsie nog nooit alleen naar het stadscentrum gewandeld is. Ze houdt van honden, maar is een beetje bang van hun reactie tijdens een aanval. Sommige flippen. Bijten haar. Weten niet wat er gebeurt en reageren gevaarlijk.
Maybe is een blonde labrador. Met karakter. In haar jeugd denk ik vaak: iets te véél karakter. Mickey, haar gastgezin, verzekert me dat ze thuis echt soms rustig kan zijn. Soms. Tijdens de sessies bespringt ze alles en iedereen. Zóveel energie. Toch kwakt ze zichzelf af en toe op haar rug om haar buik te laten strelen. Eigenlijk is ze helemaal niet dominant. En zeker niet naar mensen toe. Ze is van niets bang, alles kan en durft ze. Een "varken", noemen we ze.
Bij de eerste radiografie blijkt ze slechte ellebogen te hebben. Zonde, maar ik mag ze niet verder belasten met het hulphondenwerk. Mickey gelooft het niet. Wil het niet geloven. Ondanks haar hyperkinetisch karakter wil Maybe alles leren, alles doen. Sorry Mickey. Maar ik beloof naar alternatieve oplossingen te zoeken, zodat Maybe toch nuttig zou kunnen zijn.
Ik volg sinds jaren een beetje wat er gebeurt op het gebied van honden voor epilepsiepatiënten. Wat kunnen ze? Hoe doen ze het? Hoe leren ze het? Wat kunnen ze leren? Maar ik vind niet zoveel heel duidelijke informatie. Er zijn een paar specialisten die ik wel eens zal contacteren.
En dan meldt Christine zich. Ze heeft epilepsie en vraagt naar een afgekeurde hond, waar ze niet bang van hoeft te zijn tijdens een aanval.
Om te weten of het zou kunnen klikken regel ik een eerste kennismaking: Christine komt eens kijken tijdens een sessie van de M-Promotie. Ik laat haar even wandelen en knuffelen met enkele honden, waaronder Maybe. Die heeft enkel interesse in de andere honden. Ze apprecieert met moeite de knuffels en trekt aan de leiband. Zonder sturing doet ze dat. Ik wéét echter dat zonder die andere vriendjes die aan het spelen zijn Maybe van iedereen wil leren houden. Christine vertelt me later dat ze die dag bij haar thuiskomst tegen haar huisgenoten zei “Maakt niet uit welke hond, als het maar niet Maybe is”.
Ik denk stilaan meer aan die epilepsie en wat een hond in dat verband kan betekenen. Ik vraag een beetje meer details over zo’n aanval. Ik moet een energieke hond hebben die niet mee gaat liggen slapen. Christine moet wakker gemaakt worden. Christine reageert goed op geluid. Blaffen is geluid. Maybe kan blaffen op commando. Als ik dat commando nu eens kon veranderen? In plaats van een woord, een houding: zoals plat op de buik liggen bv. Want Christine valt systematisch voorover. Het lukt. Voor mij blaft ze. Ik laat Christine enkele keren komen trainen. We proberen. De hond blaft niet zo gemakkelijk. Niet altijd. Ik gooi me naast het baasje op de grond en ze blaft wél. En luid. Stilaan leert ze dat het om Christine te doen is. Het lukt.
Maar eigenlijk moet Maybe niet zo vlug beginnen blaffen: pas als de aanval zelf voorbij is kan Christine wakker gemaakt worden. Mocht de hond intussen nu eens de medicatie gaan halen? Ik leer ze het zakje kennen, waar het nodige in zit. Leer het ze oprapen. Van de kast nemen, waar het zijn vaste plaats zal hebben. Steeds van op grotere afstanden. Ze kan deuren openen. Ze haalt en brengt de medicatie zelfs naar een ande-re kamer. Of naar de tuin. Het lukt. Wanneer Christine niet thuis is, zit de noodmedicatie in haar handtas. Die sleurt haar hond indien nodig nu tot bij haar.
Vlak voor een aanval kan Christine enkele seconden niet praten. Als ik Maybe nu eens zou leren een straat over te steken (van een borduur stappen, een zebrapad gebruiken) enkel als er een specifieke reeks commando's komen? Het lukt: enkel na díe volgorde, met díe intonatie wil ze oversteken. Anders houdt ze hardnekkig tegen. Christine werkt het af: van gras naar beton of welke straatbedekking ook, Maybe houdt haar tegen als de juiste woorden niet gezegd zijn.
Christine durft stilaan ook bij koud weer in de tuin genieten. Ze kan binnenkort (we zijn voorlopig nog voorzichtig) alleen naar de bibiotheek. Maybe heeft al bij meerdere echte aanvallen heel correct gereageerd (bij de nagebootste durft ze er al eens haar voeten aan vegen!), en ze let beter de op borduren dan het baasje zelf.
Er is nog werk aan de winkel, ik wil niet onvoorzichtig zijn, we blijven nog trainen, maar toch …
Mickey, je hebt prachtig voorbereidend werk gedaan.
Maybe, je bent een superhond.
Christine, je bent een formidabele baas en instructeur (want jij werkt het nu af).
En ik … ik ben fier, want Hachiko is zijn eerste seizure response dog aan het opleiden.
Caroline