Recht op toegang 

WETTEN RECHT OP TOEGANG (samenvatting) 

Koninklijk Besluit 22 december 2005

HOOFDSTUK VI. - Bepalingen van toepassing op levensmiddelen

1. Huisdieren mogen niet op plaatsen komen waar levensmiddelen worden bewerkt, gehanteerd of opgeslagen.

Dit verbod geldt niet :

- voor huisdieren die worden binnengebracht in ruimten of delen van ruimten die uitsluitend worden gebruikt voor het verbruiken van levensmiddelen, op voorwaarde dat de dieren geenszins een gevaar voor verontreiniging inhouden;

- voor afgerichte of af te richten honden die visueel en anders motorisch gehandicapte personen in hun beweging verplaatsing begeleiden, alleen in ruimten waar levensmiddelen in de handel worden gebracht. De africhter moet een desbetreffend attest kunnen voorleggen.

De antidiscriminatiewet van 10 mei 2007

In de aangelegenheden die onder het toepassingsgebied van deze wet vallen, is elke vorm van discriminatie verboden. Voor de toepassing van deze titel wordt onder discriminatie verstaan:

- directe discriminatie;

- indirecte discriminatie;

- opdracht tot discrimineren;

- intimidatie;

- een weigering om redelijke aanpassingen te treffen ten voordele van een persoon met een handicap.

Antwoord van F. Vandenbroucke, minister van Sociale Zaken en Pensioenen, op een schriftelijke vraag van Els De Weert; 9/01/2003

“Onder andere via de antidiscriminatiewet van 25 februari 2003 kan opgetreden worden tegen dergelijke discriminerende gedragingen. Enerzijds kan het weigeren van een assistentiehond duidelijk beschouwd worden als een vorm van indirecte discriminatie. Anderzijds kan het treffen van schikkingen teneinde assistentiehonden te kunnen toelaten beschouwd worden als een redelijke aanpassing zoals bedoeld in de wet.”

Op 8/5/2009 verscheen in het Belgisch Staatsblad eindelijk een duidelijk Decreet:

20 MAART 2009. - Decreet houdende de toegankelijkheid van publieke plaatsen voor personen met een assistentiehond

De essentie:

1° assistentiehond: een hond die getraind werd of wordt om een persoon met een handicap of ziekte te begeleiden en die de zelfredzaamheid van die persoon verruimt;

2° publieke plaats: voor publiek gebruik bestemde openbare gebouwen of privégebouwen of delen van gebouwen, plaatsen en ruimtes en de openbare en/of bezoldigde personenvervoermiddelen.

Art. 3. Een persoon vergezeld van een geattesteerde assistentiehond heeft het recht op toegang tot publieke plaatsen.

ASSISTENTIEHONDEN (EN DIE IN OPLEIDING)

MOGEN NIET GEWEIGERD WORDEN


 Terug