Willy, Nexus en Patrasche

Instellingshond Getuigenis Patrasche

We schrijven eind juni 2015 en de site in Oostakker is zonovergoten en stil als een jongen van 13 wordt aangemeld. Zowel de school als de instelling zijn ten einde raad. De laatste maanden is de jongen uitermate agressief geweest, zowel naar kinderen als naar begeleiders toe. In zijn razernij vernielt hij materiaal en personen. Gedurende de laatste week zijn er omwille van zijn gedrag drie zware interventies nodig geweest: de brandweer, politie en de ziekenwagen. Hij werd uiteindelijk aangemeld als knelpuntdossier (hij kan niet meer terecht in de reguliere hulpverlening) en of ik hem wou begeleiden. Ja dus ... ik wil het proberen. 

De jongen, Sander (cfr. pseudoniem) komt toe op een mooie zomerdag. Hij wordt door een zenuwachtige opvoeder afgezet met een twijfelachtige blik op mij gericht en ‘of het wel gaat lukken’. Ik leg Sander kort de spelregels uit: enkel rustig bewegen, rustig praten en nooit een lelijk woord, dit alles omwille van de rust tussen de honden. ‘Ok’ zegt Sander. De jongen heeft het moeilijk om te blijven zitten, gluurt rusteloos in het rond en lijkt zich geen 2 minuten te kunnen focussen. 

Nog van de partij zijn onze twee instellingshonden ‘Willy’ en ‘Nexus’ en een vreemd zenuwachtig hondje ‘Shubert’ – een kruising tussen een buldog en een chihuahua  – dat gered is uit het asiel na zware mishandelingen. Zijn baasje, één van mijn cursisten, is ook aanwezig. Shubert heeft geen flauw idee hoe zich te gedragen bij andere honden. Hij lijkt zich minstens God de vader te voelen, wil de andere honden bestijgen, laat zijn afgebrokkelde kleine tandjes zien en loopt als een gek rond, ... is zichzelf volledig kwijt ... OK ... we gaan van start en we vertrekken vanuit de rust van Yurt.

Ik vertel eerst het verhaal (biografie) van elk van de aanwezige honden. Ik beschrijf ook het problematische gedragspatroon van Shubert. Ik vraag Sander of hij het ziet zitten om Shubert wat manieren te leren ... dat vindt hij ok ... en op de vraag of hij een idee heeft wat het hondje nodig heeft, antwoordt hij na eventjes nadenken ... ‘duidelijkheid en liefde’. Vind ik een goed plan en dus maken we een plan d’action op met als missie ‘liefde en duidelijkheid’. Sander lijkt geen idee te hebben hoe daar aan te beginnen. De eerste helft van de dag leert Sander daarom op een vriendelijke manier respect te vragen. We oefenen met Shubert aan de buikband, waarbij Sander leert sturen met intonatie, mimiek, houding, plaatsing, leiband, maar vooral met rustige zelfzekerheid. Willy en Nexus fungeren als ‘stoorzenders’ en doen dat prima. Tegen ongeveer 12u is Sander relatief rustig geworden maar doodop van de lange aandachtsspanne. De oefeningen gingen goed en Shubert begint stilaan aandacht te hebben voor Sander ... toont al wat respect zonder dat Sander heeft moeten roepen of uithalen ... mooi. 

Net voor de middag heeft Sander zin ‘om iets kapot te slaan’ ... Ik zeg ‘Ok, komt goed uit. Hier is een boel brandhout te hakken. Aan jou de eer’. Sander grijnst en stort zich op het brandhout. Na een halfuurtje is hij moe en heeft hij een vreselijke honger. 

Tijdens het eten oefenen we met de honden op ‘pas toucher’ (van de boterhammen blijven) en kijkt Sander door de verrekijker (hij wil een arend spotten). 

Na de middag zie ik dat Sander erg moe begint te worden. Ik zeg hem dat hij zijn post kan ophalen. Post? Hij begrijpt er niets van. ‘Lap’, zeg ik ... ‘vergeten te zeggen ... wij hebben hier een postboom. Vooral de Willy durft daar wel eens in te posten, maar van deze keer is het een brief van Nexus. Als je wil kan je hem ophalen.’ Sander is als de bliksem verdwenen op zoek naar zijn brief ... op de voet gevolgd door Nexus (de puber-assistentiehond-gedoodverfde macho, brokkenmaker, levensgenieter, hart van goud en met een wonde in zijn nek omwille van een meningsverschil met een vos op het terrein). Sander neemt de brief, blijkt niet te kunnen lezen en zegt ‘Amai, ik krijg anders nooit post’ ... twijfelt even en zegt dan ‘Nexus schrijft blijkbaar in een andere taal; kan jij hem voorlezen?’ en dus lees ik de brief voor: 

Lieve Sander; 

Ik schrijf je om twee redenen. 

1.   Ik heb de indruk dat je wel wat post kan gebruiken.

2.   Ik wil jouw advies en wel over het volgende: 

Je weet dat ik graag kick in het leven en alles wat mij een kick geeft, vind ik ok. Maar nu heb ik toch wat voor gehad deze week. Ik liep te surveilleren op het terrein, toen ik plots oog in oog stond met een vos. Ik zeg ‘ga hier eens weg, dat is hier mijn terrein’, maar die vos zei ‘foute boel jongen, ik ben hier op tocht met mijn kleintjes, jij gaat hier weg of je gaat eraan’. Dus ik weer ‘No way ... jij lijkt niet te weten dat ik hier de King ben’ ... enzovoort. Enfin we kregen slaande ruzie en toen heeft die vos mij gebeten ... erg schaamtelijk, vooral als je mij een beetje kent. Bovendien kan iedereen openlijk zien dat ik heb moeten wijken voor een vos. Ik zeg je ... ik ben er mottig van. Ik voel me ook compleet niet meer op mijn gemak. Als ik bedenk met hoeveel dieren ik het hier nog aan de stok kan krijgen, voel ik me misselijk worden. Nu zou ik je willen vragen ... hoe pak ik dit aan? Ik denk dat jij al heel wat levenservaring hebt, daarom vraag ik dit aan jou. Dank om dit te aanhoren, en hou dit alstublieft voor jezelf. 

Je vriend 

Nexus 

Sander staat perplex, fluistert ‘merci Nexus’. Na een tijdje nadenken denkt hij advies te hebben voor Nexus: ’gewoon negeren die uitdagers’, zegt hij, ‘gewoon doorlopen, anders wordt het te pijnlijk’. Nexus kijkt hem aan en ik stuur hem ongemerkt zo dat hij zijn hoofd op Sanders schoot legt. Sander weent.

In die sfeer besluiten we om de spanning bij de honden weg te masseren. Ik merk op dat Sander stevige handen heeft ... ‘Klopt’, zegt hij en dus leert hij de basis van kalmerende massage bij de honden. Hij voelt de spanning in het kleine lijfje van Shubert en merkt op dat het hondje zeker mishandeld moet geweest zijn. ‘Vast wel’, zeg ik ... gelukkig kan hij ook weer goed komen ... ‘Misschien wel’, zegt Sander. 

We sluiten de dag af met een verhaal van 14.000 jaar geleden toen de wolven en mensen elkaars concurrenten waren. Een verhaal over een wolfje dat uit de roedel wordt gestoten en tracht te overleven (een vervolgverhaal waar ik telkens een stukje uit ga voorlezen). Na 10 minuten ligt Sander in slaap. Wanneer hij wordt opgehaald, steekt hij de brief van Nexus in zijn broekzak. Hij fluistert Nexus snel nog wat toe en verdwijnt dan in het busje van de instelling.